Bloemen

 

Ons bloemetje op tafel komt steeds vaker uit de tropen. Het merendeel van de rozen in de supermarkt en bij de bloemist komt van Afrikaanse bloemenplantages. Slechts een klein percentage komt nog uit Nederland of België.

De handel in snijbloemen is een belangrijke sector geworden, in zowel de ontwikkelde als de ontwikkelingslanden. De waarde van de wereldhandel in bloemen wordt op meer dan 100 miljard dollar per jaar geschat. Dat heeft alles te maken met het gunstige klimaat in Afrika en met de lage arbeidskost.

Vanuit het oogpunt van duurzaamheid zijn er voor- en nadelen aan de verplaatsing van de rozenteelt. Door het warme klimaat brengen rozen uit Afrika aanzienlijk minder CO2-uitstoot met zich mee dan in Nederland of België geteelde rozen, ondanks het luchttransport. Ook schept de bloementeelt banen in landen waar werkloosheid en armoede heersen. De tropische bloementeelt heeft wereldwijd voor circa 200.000 arbeidsplaatsen gezorgd. 

Daar staat tegenover dat de werkomstandigheden op de bloemenplantages vaak slecht zijn. De lonen zijn laag, de arbeidsvoorwaarden ondermaats en er is te weinig aandacht voor veiligheid en gezondheid. Ook gaat de bloementeelt vaak gepaard met schade aan de natuurlijke hulpbronnen, zoals water, en de beschikbaarheid ervan voor de lokale bevolking.

Vanwege deze sociale en duurzaamheidsproblemen is Fairtrade actief geworden in de bloemensector. Maar in tegenstelling tot de andere producten gaat het hier niet om producenten, boeren of landbouwers. In de tuinbouwbedrijven zijn de begunstigden de arbeiders.

Bloementeelt in de tropen is niet meer weg te denken. Maar pas als de sector transformeert naar verantwoorde productie en investeert in het wegwerken van sociale rechteloosheid en achterstand, is er echt reden tot tevredenheid.

De problematiek in het Zuiden

Sinds de jaren '90 werd het telen van rozen omwille van de lage productiekost en het gunstige klimaat geleidelijk aan meer overgebracht van noordelijke landen naar landen zoals Kenia, Ethiopie, Colombia of Ecaduor. De arbeidsomstandigheden zijn er vaak heel precair. Ongeveer 80% van de rozen die in Europa worden verkocht, is ingevoerd!

Voor de landen in het Zuiden speelt de sector van de bloemen- en plantenteelt een steeds belangrijkere rol: er staat niet alleen veel geld op het spel, maar ook heel wat jobs. 

In die landen wordt de bloementeelt ontwikkeld door grote en middelgrote plantages. Ze zetten een grote hoeveelheid arbeidskrachten in, die vooral bestaan uit mannelijker én vrouwelijke arbeiders. Op sociaal vlak worden de werknemers in de plantages geconfronteerd met een grote instabiliteit, als gevolg van een wisselende vraag in consumerende landen. Naast die onzekerheid zijn er ook nog de bijzonder slechte arbeidsvoorwaarden: heel lange werkdagen, slechte gezondheidsomstandigheden en herhaalde blootstelling aan chemische producten zonder beschermende maatregelen. Bovendien wordt er weinig rekening gehouden met het recht op vereniging, op collectieve onderhandelingen of met de vakbondsvrijheid.

Op milieuvlak is het belangrijkste probleem het opvangen van grote hoeveelheden water, wat nadelig is voor de plaatselijke bevolking. Bovendien maken de kwekerijen intensief gebruik van chemische inputs, wat leidt tot vervuiling van de bodem en de watervoorraden.

Het product in het Noorden

Om een verantwoord alternatief voor te stellen, ontwikkelde Fairtrade ook een systeem van certificatie voor bloemen uit het Zuiden.

Voor de meeste Fairtrade producten zoals koffie en cacao, certificeert Fairtrade uitsluitend coöperatieves van kleinschalige boeren. Na verloop van tijd besloot Fairtrade zijn actieterrein ook uit te breiden naar de certificatie van landbouwplantages met betaalde arbeidskrachten. In 2001 werden bloemen uit Oost-Afrika het eerste Fairtrade product aangekocht bij plantages.

Vandaag werkt Fairtrade samen met 55 door Fairtrade gecertificeerde organisaties van bloemenkwekers in acht landen, die 50.000 werknemers vertegenwoordigen. De Fairtrade kwekerijen bevinden zich in Kenia, Ethiopië, Tanzania, Oeganda, Zimbabwe, Ecuador, El Salvador, Sri Lanka en Costa Rica. Het is bovendien mogelijk om je Fairtrade bloemen te traceren tot aan de kwekerij waar ze geplant werden.

Vooraleer een bloem het Fairtrade label kan dragen, moeten de bloemenkwekerijen en de importeurs voldoen aan precieze specificaties over de voorwaarden waarin de bloemen worden gekweekt en verkocht. Die moeten een antwoord bieden op de economische, sociale en ecologische problemen van de bloementeelt in de landen van het Zuiden.

Omdat bij bloemen voornamelijk de Fairtrade werknemers een belangrijke rol spelen, gelden in deze sector ook de standaarden “voor organisaties die afhangen van betaalde arbeidskrachten”, naast de specifieke standaarden voor de sector “Bloemen en Planten”

De kwekerijen van hun kant moeten zorgen voor sociale voorzieningen die vaak niet verplicht zijn in het kader van de nationale wetgeving. Om hun certificatie te verwerven en te behouden, moeten bedrijven bereid zijn te voldoen aan de algemene Fairtrade standaarden in verband met betaalde arbeid, handel en specifieke productstandaarden. Onderdelen van deze productstandaarden zijn: waardige lonen betalen, het recht om zich aan te sluiten bij een vakbond garanderen, standaarden naleven op vlak van veiligheid en gezondheid, en toereikende huisvesting en andere relevante sociale voorzieningen bieden. De door Fairtrade gecertificeerde kwekerijen moeten ook voor elke verkochte bloem een premie van 10% voorzien, waarmee de werknemers kunnen investeren in gezondheidszorg, onderwijs en andere sociale voordelen.