Waar natuur en mens evenwaardig zijn, krijgt handel weer glans

Quetzaltenango is de tweede stad van Guatemala en staat ook bekend als Xela. Midden in een groene, met vulkanen bestrooide streek, ligt de stad op een hoogte tot 2.330 meter. De natuur is er weelderig en gul. Net als de Guatemalteken zelf. Zij hebben een uitzonderlijk talent om hun land naar waarde te schatten, inclusief al z’n smakelijke producten en gerechten. De Guatemalteken hebben een neus voor goede dingen, zoals koffie. Dit is het verhaal van FECCEG, een coöperatie van biologisch en Fairtrade gecertificeerde koffieproducenten. Wij gingen er langs in maart 2020, samen met Delhaize die bij deze coöperatie zijn koffie haalt voor het gamma Latitude 28.

GEVORMD DOOR KOFFIE EN DE UITDAGINGEN VAN DEZE TIJD

Guatemala ligt in de enige strook op onze planeet waar koffieplanten tot bloei komen: tussen 28° noorderbreedte en 28° zuiderbreedte. In Quetzaltenango groeit de koffie in de heuvels rond de stad, op ongeveer duizend meter boven de zeespiegel. Daar is het doorgaans warm en vochtig. Een ideaal klimaat om hoogkwalitatieve arabicakoffie te telen. Tenminste, als de koffieboeren dat kunnen doen met respect voor de aarde, zonder dat de grillen van het klimaat voor onaangename verrassingen zorgen. En daar komt agro-ecologie dit verhaal binnen. Een duurzame manier om aan landbouw te doen, die leidt tot gewassen die de klimaatschommelingen beter doorstaan. Maar om duurzaam te kunnen telen, moeten boeren eerst van hun werk kunnen leven. En dat is waar vaak het schoentje knelt, zowel hier als in andere landen.

Al sinds het midden van de 19de eeuw bloeit de koffieproductie in Guatemala. De sector groeide snel en de exploitatie van grote koffieplantages vormt er de economische hoeksteen van volledige regio’s. Maar in de loop van de tijd werden de beperkingen van dit model glashelder: de voortdurend schommelende koffieprijs op de internationale markt, plotse prijsdalingen tot diep onder de productiekosten van de boer … Ze duwden boerenfamilies jarenlang in extreme armoede. Bovendien putte de intensieve monocultuur de bodem uit. Veel plantages gooiden de handdoek in de ring. De eigenaars verkochten hun grond, vaak in delen. Hun werknemers verloren hun job. Over de duizelingwekkende prijsdalingen van koffie is al veel inkt gevloeid. Ze hebben al talloze schade veroorzaakt. Maar het einde is nog niet in zicht. In het voorjaar van 2019 was de internationale marktprijs voor koffie (de prijs die een koffieboer krijgt) de laagste in 13 jaar (0.899 dollar per pond). Begin maart 2020 was de marktprijs, met 1,11 dollar per pond, iets minder rampzalig. De vaste Fairtrade minimumprijs is 1,4 dollar per pond. Daarbovenop krijgen Fairtrade gecertificeerde coöperaties 0,2 dollar Fairtrade premie.

De klimaatverandering zorgt voor nog extra problemen. De koffieboeren behoren tot de eersten die de nefaste gevolgen van de klimaatgrillen ervaren. Hoe kunnen ze koffie blijven verbouwen als ze niet meer kunnen vertrouwen op het ritme van de seizoenen? Als het niet, of net uitzonderlijk véél regent? Om koffie te kunnen blijven telen en tegelijk de bodem te beschermen, moeten koffietelers hun productiemethodes aanpassen. Maar voor boeren die onmogelijk waardig kunnen leven van hun werk, is dat vaak de uitdaging te veel. Investeren in nieuwe, duurzame productiemethodes die de klimaatverandering te slim af zijn, is voor hen nog heel verre toekomstmuziek. Een leefbaar inkomen voor de producenten, een van onze stokpaardjes, is daarom niet alleen een mensenrecht. Het is vooral een absolute voorwaarde voor de toekomst. Zowel voor de koffieboeren als voor ons, de koffiefans.

Standbeeld voor emigranten

In de migrantenstroom aan de grens van de Verenigde Staten komen veel mensen uit Guatemala. De meesten zijn (of waren) koffieboeren of groeiden op als kinderen van koffietelers. Op zeven kilometer van Quetzaltenango ligt de stad Salcaja. Op een rotonde op een van de hoofdwegen van de stad stuiten we op een enorm standbeeld. Het werd opgetrokken ter ere van de mensen die vertrokken zijn in de hoop een beter leven op te bouwen voor hun familie. Hier leeft iedereen van de koffieteelt, voor zover daar nog van te leven valt.

Voor mensen die alleen de keuze hebben tussen een onmenswaardig loon en werkloosheid, is een nieuw leven in Mexico of de Verenigde Staten vaak een beter toekomstperspectief. Hoe gevaarlijk de route ook is. Mensen hopen in het buitenland beter hun brood te verdienen en wat te kunnen sparen. Zodat ze beter gewapend terug kunnen keren, om misschien een eigen zaak te starten of een stukje land te kopen. In de voorbije twintig jaar vertrok zo goed als de helft van de inwoners uit Salcaja, weet onze gids Mario. Sommigen bleven in het buitenland, anderen kwamen terug.

GEEN KWALITEIT ZONDER MENSELIJKE INBRENG

De unie FECCEG (Exportadora de café especial de Guatemala) werd in 2006 opgericht als antwoord op de vele uitdagingen waar gemeenschappen van kleinschalige koffieboeren voor stonden. Verschillende ngo’s, zoals Oxfam Intermón, hielpen hierbij. Ondertussen verenigt FECCEG 15 coöperaties van kleinschalige producenten (1150 mannen, 350 vrouwen en hun gezinnen) uit de departementen Chimaltenango, Huehuetenango, Quiché, Sololá, San Marcos en Quetzaltenango.

In Quetzaltenango bevinden zich ook het kantoor en de sorteer- en verwerkingsinstallaties van de unie. Daar verzamelt FECCEG de geoogste en gedroogde koffiebonen van alle boeren die lid zijn. Een hypermoderne installatie maakt de koffie klaar voor het laatste stuk van hun traject, klaar om te branden. De ‘fully washed’ groene bonen worden hier opgeslagen, regelmatig gecontroleerd en ten slotte als bio- en Fairtrade gecertificeerde koffie geëxporteerd.

Voor Juan Fransisco Gonzales Menchù, directeur en stichtend lid van FECCEG, is aandacht voor de mens essentieel. Hij noemt het welzijn, de waardering en de tevredenheid van de producenten onmisbare ingrediënten voor succes. Ook vrouwenrechten erkennen en vrouwen versterken is daarbij noodzakelijk. Bij FECCEG zien we deze overtuiging in alle geledingen van de organisatie. Zo is Juans rechterhand een vrouw: Felicità. Zij beheert de financiën. En in het team zijn verschillende vrouwen verantwoordelijk voor emancipatieprogramma’s. Van de koffieteelt, over de productie van natuurlijke meststoffen, tot het financiële beheer: FECCEG stelt alles in het werk om ervoor te zorgen dat vrouwen een correct aandeel hebben in het beheer van de coöperatie en de gemeenschap waartoe ze behoren.

AGRO-ECOLOGIE EN SOCIALE ECONOMIE: ALLES IS VERBONDEN …

Van bij het begin focust FECCEG in de eerste plaats op agro-ecologie, want bij deze landbouwmethode eigent de mens zich geen groter stuk van de aarde toe dan hij nodig heeft. Veel van de leden van de lidcoöperaties hebben hun kleine stukje landbouwgrond verworven toen een oude plantage in delen verkocht werd. Dit was een kans om op een andere manier te produceren, met respect voor de bodem. Maar ook om na te denken over de voedingsbehoeften van de mensen die er wonen en over het aanboren van meer dan één inkomstenbron. Daarmee heeft het te maken dat we tijdens een bezoek aan de gemeente ‘Las Barrancas’ (op enkele kilometers van Quetzaltenango) velden ontdekken waar de arabicakoffie tussen uiteenlopende andere planten en (fruit)bomen groeit. Deze diversiteit voedt de bodem, beschermt en versterkt de koffieplanten én levert ander voedsel op dat de boerenfamilies kunnen eten of verkopen. Op deze steile hellingen is de natuur vrijgevig, zeker als de mensen die er wonen haar goed verzorgen. Ze toont zich in al haar pracht en praal. Op het veld van Rufo struinen we door een overvloed aan planten en struiken, waaronder uiteraard koffieplanten. Hij oogstte ongeveer een maand geleden. Als we hem vragen of het moeilijk is om te gaan met de grillen van het klimaat, haalt hij zijn schouders op: “We voelen het wel. Soms wat meer dan anders. Maar hier zijn we gewapend. We dragen bijvoorbeeld zorg voor de bodem door hem met plantenafval te bedekken. Dat houdt de bodem vochtig als het te droog wordt en neemt water op als het te veel regent.”

Natuurlijke hulpmiddelen gemaakt van afval uit de koffieteelt

De boeren in Las Barrancas produceren hun eigen meststoffen en natuurlijke pesticiden. Met de jonge Crucelia als verantwoordelijke maken ze deze ‘Biofabrica’ van afval uit de koffieteelt. Deze lokale aanpak heeft vele voordelen. Ten eerste: er gaat niets verloren, alles heeft zijn nut. Ten tweede kunnen de boeren hun hulpmiddelen vlot aanpassen aan het seizoen en de specifieke noden die hun gewassen op elk moment hebben. En ten derde zijn de producten altijd beschikbaar. De boeren hoeven niet wachten, niet tijdig te bestellen, geen transportkosten te betalen, hebben een kleinere CO2-voetafdruk … Bovendien winnen ze tijd, want langs de kronkelige, soms gevaarlijke wegen kan een bestelling lang op zich laten wachten. In de ruime regio wordt geoogst van september tot februari. In Las Barrancas gebeurt dat in januari en februari. Na de oogst worden de bessen eerst gewassen en ontpit. Daarna worden de pitten – of koffiebonen – gedroogd voor ze naar het FECCEG-hoofdkwartier vertrekken.

Inkomensdiversificatie: van koffie tot honing via rietsuiker, een voorbeeld uit guatemala

Koffie is niet het enige product dat de coöperatie FECCEG op de markt brengt. Ze verkoopt ook honing en rietsuiker (panela). We delen graag het waardevolle verhaal over hoe deze producten tot stand kwamen. 

Juan Francisco Gonzales Menchù, de directeur en oprichter van de coöperatie, kwam enkele jaren gelden op het idee om honing te verkopen. Zo leverden de overschotten van de honing die de boeren voor zichzelf produceerden een extra inkomen op. Juan verkocht de honing op kleine schaal en het project werd een succes. Op een dag toonde een Amerikaanse handelspartner interesse om een grote hoeveelheid honing af te nemen, op voorwaarde dat deze een biocertificaat droeg. Juan bekeek de mogelijkheden, maar stootte op een obstakel: de producenten konden zich geen, duurdere, biologische suiker veroorloven om hun bijen te voeden. Biologische certificering lag buiten bereik en tot Juans spijt kon de deal niet doorgaan. Maar in zijn achterhoofd bleef het idee rijpen. Ondertussen begon de coöperatie FECCEG - o.a. gesteund door Kampani - biologisch gecertificeerde rietsuiker (panela) te produceren en op de markt te brengen, als een manier om gewassen en inkomsten de diversifiëren. En zo vond Juan toch een manier om biohoning te maken: de eigen biorietsuiker kon de bijen voeden, wat het pad effende voor de biocertificering van de honing en de verkoop ervan op de internationale markt. 

El Vergel: een natuurreservaat, een proeftuin en de productieplek van natuurlijke hulpstoffen

Voor Juan houdt het niet op bij diversifiëren in de gewassen die zijn coöperatie teelt. De coöperatie produceert behalve koffie ook andere voedingsgewassen, zoals cacao (op kleine schaal) en kardemom. Maar daarbovenop wil ze tegemoet komen aan een groeiende behoefte aan kwaliteitsvolle natuurlijke meststoffen en pesticiden. Daarom kocht ze een groot stuk land in de hooglanden van San Marcos. Juan zorgt voor deze plek alsof het zijn eigen kind was. Het terrein transformeert stap voor stap in een natuurreservaat en een proeftuin waar van afval uit de koffieteelt (en de huishoudens) meststof gemaakt wordt. Voor uiteenlopende noden en bodemsoorten. Hier werkt een klein team, waaronder twee bio-ingenieurs en een bio-ingenieur in opleiding, Alex.

Wanneer we Alex ontmoeten, is ze twee maanden verwijderd van haar bio-ingenieursdiploma. Op haar faculteit is ze een van de weinige vrouwen. Als ondernemende en geëngageerde dame heeft ze enkele maanden stage gelopen bij FECCEG. Meer bepaald in het natuurreservaat van de coöperatie, El Vergel. Samen met de medewerkers test en perfectioneert ze er de meststoffen. Die worden gewonnen uit compost en afval uit de koffieproductie (o.a. het vruchtvlees van de koffiebessen). Ze onderzoekt zorgvuldig de productietechnieken van de meststoffen, net als hun kwaliteit, samenstelling en werking bij specifieke noden. Daarnaast is Alex het brein achter een nieuw waterzuiveringsproject. Naast haar werk om de natuurlijke grondstoffen te beschermen, en als ze niet op de unief is, werkt Alex in het casino van Quetzaltenango of geniet ze van de (verdiende!) rust bij haar moeder en drie honden.  Alex versmelt perfect met deze droomplek. Hier zijn liefde voor de natuur perfect verenigbaar met een passie voor wetenschap. De unieke locatie leent zich uitstekend om te mediteren of te brainstormen.

Juan moet trouwens niet onder doen op het vlak van goede ideeën. Naast de ontwikkeling van meststoffen, het creëren van een permacultuurterrein en de honing- en koffieproductie wil hij in zijn natuurreservaat ook ecotoerisme lanceren. Dat is zijn ultieme droom. En voor Juan moeten de dingen vooruit gaan. Dus heeft hij producenten van de coöperatie al drie eco-woningen laten bouwen, ondersteund door een gespecialiseerde architect. Zo leren de boeren de kneepjes van het bouwen en kunnen ze deze in hun gemeenschappen doorgeven.

Typisch voor een economie die de mens en de planeet centraal zet, is dat we plotseling allerlei verhalen te vertellen hebben. Verhalen over vroeger – soms triest, soms spectaculair – maar ook vele verhalen over een leerproces, over empowerment en ontwikkeling. Dát zijn de verhalen van vandaag en morgen. Want ze planten de zaadjes van een wereld die zich richt op een duurzame toekomst, met meer ademruimte voor iedereen.

Douchka van Olphen